Draadspanningsregelaar haken!

Heb je dat ook soms dat de draad, die je gebruikt om je vinger, tijdens het haken er af glijdt of schuift? En niet blijft zitten, waardoor het garen rond je vinger of hand gaat knellen? En, dat dan te strak gaat doen, waardoor je de draad voelt snijden? Wel, ik heb daar een handig hulpstuk voor ontworpen: een draadspanningsregelaar die je zelf kunt haken. Super om te gebruiken.

Om een ‘draadspanningsregelaar’ te haken, neem je een fijn katoenen bolletje voor haaknaald 2,5 mm.

Je kan het uiteraard met een ander garen of kleinere/grotere haaknaald haken. Hou er dan rekening mee dat je de lossenketting zal moeten aanpassen.

START

Je haakt een ketting van lossen, zolang tot die perfect past rond de vinger waar je het hulpstuk zal om doen. Voor mij was dat 14 lossen.

Maak de ketting dicht, door een halve vaste te haken in de eerste losse van de ketting. Zorg ervoor dat de ketting van lossen niet gedraaid zit. Lees via onderstaande tip, hoe je dat makkelijk kan doen.

TIP: (uitleg zie 4 foto’s)

Nu ben je klaar om de eerste toer te haken.

TOER 1

Haak 1 losse, dit telt als de eerste vaste. Haak in elke losse van de ketting een vaste. Wanneer je de laatste vaste hebt gehaakt, maak je de toer dicht door een halve vaste te haken in de eerste losse, waar je de toer mee begon.

TOER 2

Haak 2 lossen, dit telt als het eerste halve stokje. Haak in elke steek een half stokje. Maak de toer dicht door een halve vaste te haken in de 2de losse, waar je de toer mee begon.

Hier kan je best je werk zo houden, dat je de goede kant naar buiten houdt (zie foto hieronder).

TOER 3

Haak 3 lossen, dit telt als het eerste stokje. Haak in elke steek een stokje. Maak de toer dicht door een halve vaste te haken in de 3de losse, waar je de toer mee begon.

TOER 4

Haak 1 losse, dit telt als de eerste vaste. Haak nu in elke steek een vaste. Maak de toer dicht door een halve vaste te haken in de eerste losse, waar je de toer mee begon.

Knip de draad af en naai het uiteinde in je haakwerk weg. Nu ben je klaar.

Hoe gebruik je de regelaar precies?

Neem je begindraad op je naald en trek die door een opening die je in de regelaar hebt gehaakt. Nu kan je het hulpstuk op je vinger doen en beginnen met haken. Zo glijdt je draad eerst door het hulpstuk en dan verder naar je haakwerk. Je draad blijft ook beter zitten en komt strakker naar je haakwerk toe.

Bij een wissel van kleur, kan je gewoon je nieuwe draad weer door de regelaar ‘trekken’.

De verschillende steken (vasten, halve stokjes en stokjes) in je gehaakte regelaar, zorgen ervoor dat je die kan gebruiken voor verschillende diktes van garen.

Handig toch?!

Ik hoop dat velen geholpen worden met dit handig hulpstuk. Ga jij ook een draadspanningsregelaar haken?

Veel haakplezier!

Groetjes Sofie

Vind je deze tip handig? Kijk dan ook eens naar de andere blogs van Sofie, waarin zij nog veel meer uitlegt over haak-handigheidjes!

Andere blogs

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *